
De heer Erik af Hällström, Ministerraad bij de Finse ambassade, staat op het punt om terug naar Finland te gaan. Erik kijkt terug op twee jaar in Den Haag.
Twee jaar in een mensenleven is een korte tijd en rechtwaardigt niet een objectieve mening over wat dan ook te geven. Aan de andere kant is het een heel goede periode voor een subjectieve mening. Nu dat ik na twee jaar in Den Haag op het punt sta om terug naar Finland te vertrekken, is het een geschikt moment om te bekijken of mijn voorstellingen over dit land, haar mensen, cultuur en andere fenomenen juist of verkeerd waren.
Een dichtbevolkt land, waar lange mensen op klompen lopen en fietsen? Ja, fietsen zie je overal – het verschil tussen Nederland en Finland is dat de helm in Nederland nooit gebruikt wordt, de fietsen vaak hun beste tijd hebben gehad en de verkeersregels niet voor fietsers gelden. De volhardendheid van de fietsers om hun fiets te gebruiken zonder naar het weer of jaargetijden te kijken is bewonderenswaardig – de Nederlanders, van alle sociale klassen, fietsen vrolijk en zelfverzekerd door, ondanks de wind en de regen of de kou en de sneeuw.
Klompen zie je echter in de straatbeeld in eerste instantie alleen in de toeristische winkels. Misschien dat die tegenwoordig meer thuis en op het platteland worden gedragen? Windmolens zie je overal, maar ik denk dat er tegenwoordig meer moderne windturbines zijn dan ouderwetse windmolens.
Je krijgt helemaal niet het gevoel dat Nederland een dichtbevolkt land is. Wanneer je naar Nederland vanuit het oosten rijdt, dan kom je kilometers akkers en kwekerijen tegen en staan er maar weinig huizen. Ook de Randstad lijkt niet erg dichtbevolkt – van Den Haag krijg je de indruk dat het een klein stadje is. Er zijn veel parken in Den Haag en die zijn helemaal niet vol met mensen. De beroemde stranden van Den Haag zijn alleen stampvol wanneer de temperatuur een paar keer in het jaar boven de dertig graden komt. Ik vind het nog steeds een mysterie waar die 16,4 miljoen mensen nu zijn.
Het is makkelijk voor een buitenlander zich thuis te voelen in Nederland. Bijna iedereen spreekt vreemde talen, vooral Engels. In Den Haag wonen permanent veel buitenlanders. Mocht je toch interesse in het Nederlands hebben, dan merk je al gauw dat het geschreven Nederlands veel dichter bij de Scandinavische talen ligt dan bijvoorbeeld het Duits. Zaak apart is dan, dat de uitspraak en de eigenaardige diftongen van het Nederlands ook moeilijk voor de Noordse mensen zijn. Toch beweer ik dat als je een beetje Germaanse talen kent, het niet veel moeite kost om het “keuken”Nederlands te leren.
Bij mijn voorstelling over Nederland behoorde dat het land ultraliberaal is, bijvoorbeeld bij het gebruik van softdrugs en vrije prostitutie. Het gebruik van drugs is echter heel discreet en gebeurt in het algemeen in de koffieshops, die er van buiten af redelijk netjes uit zien. De prostitutie lijkt ook discreet te zijn – in het algemeen zijn er in de steden enkele afgelegen straten voor dit beroep gereserveerd. Ik heb ook bemerkt dat als tegenwicht voor het liberalisme, de kerk een sterke positie heeft in Nederland. Bijvoorbeeld via de scholen verspreiden de kerken meer traditionele waarden.
Het is heel makkelijk om in Nederland als een buitenlandse diplomaat te werken. Tot de karaktertrekken van de Nederlanders behoort een zekere openheid en onbeschroomdheid. Soms brengen de kollega’s van het ministerie van buitenlandse zaken zelfs verrassend vrij standpunten van hun zelf en van anderen naar voren en als extraatje ook nog hun eigen opvattingen over de standpunten van hun land geven.
Toen we twee jaar geleden naar Nederland verhuisden vonden we het belangrijk dat de kinderen de zelfde hobby’s konden beoefenen als in Finland. Mijn zonen werden dan ook goed ontvangen bij een gewoon Haags voetbalteam en tot hun grote vreugde konden ze zien dat men hier met een heel veel aanvallender taktiek speelt dan in Finland. Na een paar oefeningen op het veld begonnen zij het voetbalvocabulaire in het Nederlands al onder de knie te krijgen. Wat we wel een beetje vreemd vonden was dat het seizoen eindigt precies wanneer de zomer begint en de voetbalvelden in prachtige staat zijn. Waar het voetbalseizoen in Finland van de lente tot de herfst duurt, duurt het in Nederland van de herfst tot de lente.
Het fanatieke enthousiasme van de Nederlanders voor het schaatsen kende ik deels. Toen het land zich klaar maakte voor de Olympische Spelen van Vancouver, werdt het schaatsen in het journaal apart behandeld – daarna waren andere takken van sport aan de beurt. Verrassend is dat de Nederlanders heel weinig interesse in ijshockey hebben. Als je rekening houdt met de geschiedenis, natuur en karaktereigenschappen van de Nederlanders, zou Nederland net zo goed als Tshechië en Finland tot de grootmachten van ijshockey kunnen behoren.
Wanneer ik dit schrijf beleven we de WK-voetbal in Zuid-Afrika. Nederland heeft het weer goed gedaan. Het is leuk om te zien dat het nationale elftal de natie verbindt. De mensen die anders niet om voetbal geven volgen nu hoe het met het Oranje gaat. Men kan in het nationale elftal een zelfde soort bindende faktor zien als in het koninklijk huis. Dit zijn belangrijke nationale instituten voor de Nederlanders. Als een Fin moet ik de levensfases van de royaltys van andere landen volgen, maar mijn vurige wens is dat Finland een sterke tegenstander voor Nederland bij de komende EK-kwalificaties zou kunnen zijn.
Twee jaar is snel gegaan. Als een ambtenaar bij de ambassade heb ik mogen bijdragen aan het verder bevorderen van de al uitstekende relaties tussen Nederland en Finland. Ik heb rapporten naar Finland geschreven over de politieke standpunten van Nederland en aan Nederlanders over Finland verteld. De uitwisseling van bezoekers tussen Nederland en Finland is intensief geweest. Het is makkelijk voor gelijkgezinden om in vele kwesties met elkaar te kunnen opschieten.
Ik zal de fietspaden, het hardlopen in de duinen van Den Haag, de kanalen, de stroopwafels, de stijle trappen en de brede snelwegen missen. En vooral de openhartige, hartelijke, leuke en vlotte Nederlanders!
Erik af Hällström